DOCENTEN EN MEDEWERKERS AAN HET WOORD
Reshmi, docente aardrijkskunde en oud-leerling van het Rijswijks Lyceum

Reshmi wilde “iets met kinderen” en vindt het belangrijk om kennis te verzamelen. Ze vond de 2e graads lerarenopleiding makkelijk en heeft naast haar opleiding veel zelf bijgespijkerd. Nu is ze haar 1e graads bevoegdheid aan het halen. Daarmee hoopt ze nog zelfverzekerder te worden op haar vakgebied en meer te kunnen betekenen voor haar leerlingen. Ze is ambitieus. Iets dat ze van huis uit heeft meegekregen. Reshmi heeft een lerarenbeurs van de overheid en is daar erg blij mee. “Ik heb een dagdeel vrij om te studeren en mijn studiekosten worden betaald. Dat laatste deed de school ook al. Maar het is fijner als het geld daarvoor binnenkomt zonder tussenkomst van school.”
Reshmi voelde zich gelijk vanaf haar start als docente opgenomen in het team. Ze kreeg steun van haar teamleider, haar sectievoorzitter en veel andere collega’s. Ze vindt het Rijswijks Lyceum een gezellige school waar hard gewerkt wordt. Dat idee had ze ook toen ze nog leerling was. De school heeft dezelfde sfeer als toen. Warm en betrokken. Wat ze heel raar vond, was dat ze haar vroegere leraren mocht tutoyeren. Dat was in het begin nog echt moeilijk ook! Aan de andere kant is het ook gemakkelijk om op je oude school te gaan werken. Want je kent de schoolregels, je weet precies waar de lokalen zijn, je weet hoe er getoetst wordt enzovoort.
Ze is er trots op als een leerling zijn best doet, op haar vakgebied of op persoonlijk vlak en er ook zichtbaar resultaat mee haalt. Ook kan ze genieten van - ogenschijnlijk kleine - gesprekken. Als je gewoon even de tijd neemt en goed luistert naar een verhaal over een ruzie en een paar vragen stelt, komen leerlingen zelf alweer een stuk verder. Dat is mooi om mee te maken.
Een tip voor aanstaande collega’s? “Oriënteer je op onze school en weet waar we voor staan. Er bestaat een goede band tussen leerlingen en collega’s. De school is te kenschetsen door grote betrokkenheid. Het allerbelangrijkste is dat je gevoel voor leerlingen hebt en dat je ze eerlijk behandelt en tegelijkertijd jezelf blijft en afstand bewaart. Hiërarchisch en dichtbij blijven”.
Leonieke, docente Nederlands op Lyceum Ypenburg

Leonieke is in augustus 2010 voor het eerst gaan lesgeven. Nederlands, omdat dat haar beste vak was vroeger op het gymnasium en omdat haar vroegere leraar Nederlands zo enthousiast was. Daarmee gaf ze haar loopbaan een totaal andere wending, na een studie notarieel recht en acht jaar in de farmaceutische industrie. Eigenlijk wilde ze vroeger al het onderwijs in, maar dat mocht niet van haar vader. Hij was directeur van een aantal basisscholen en had geen hoge pet op van de pabo. Die opleiding had in zijn ogen te weinig kwaliteit en hij was bang dat zijn dochter daar zou afhaken.
Nu is haar oude wens toch in vervulling gegaan. Leonieke werd docente Nederlands op Lyceum Ypenburg. Ze vindt het geweldig. En het ging meteen goed. Hoe dat kon? “Ik was gewend presentaties voor groepen te geven, voor artsen en voor basisschoolleerlingen. Dat vond ik ook leuk om te doen. Nu ik docente ben, ga ik voor het eerst van mijn leven met plezier naar mijn werk. Iedere dag! Ik moet constateren dat ik in korte tijd ernstig verslaafd ben geraakt aan school. De laatste dag voor de vakantie is vreselijk…`
Het leukste in haar werk vindt ze de spontaniteit van de leerlingen. Ze komen soms met grappige briefjes of raadseltjes. “Net heeft een klas een verzoek aan de directeur geschreven om mij volgend jaar als mentor te krijgen. In hun brief, met alle handtekeningen eronder, schrijven ze: < we vinden haar heel aardig en we kunnen het wel aan>”, vertelt ze schaterend.
“Het leraarschap is echt elke dag anders. Als je het goed wilt doen, moet je veel harder werken dan ik dacht. De locatiedirecteur van Lyceum Ypenburg is mijn grote inspirator: handen uit de mouwen overal en altijd. Dat werkt aanstekelijk. Maar ook een klassieke en beproefde visie: discipline, respect, netheid, gezag. Daar houd ik van. En, het werkt. Alleen dán is er genoeg ruimte voor leren met plezier.`
Michèle, teamleider bovenbouw Van Vredenburch College en docente administratie, geschiedenis en maatschappijleer
Michèle startte in 1992 als docente geschiedenis bij de ROS/Rijshage, de voorloper van de Atlas Onderwijsgroep. Een herinnering uit haar eerste jaar? “Er werd verbouwd en tijdens de les werd met een drilboor de muur naast mijn lokaal eruit gehaald. De les ging gewoon door. ” Ze vertelt het lachend.”Nu is dat ondenkbaar. Zeker bij nieuwe docenten. Die worden aan alle kanten begeleid.”
Michèle greep elke kans aan om te leren: Ze zette de nieuwe afdeling administratie op in de school, pakte de rol van coördinator op en nu maakt ze deel uit van de schoolleiding. Wat ze heeft geleerd? “Ik besluit minder snel en minder ad hoc. Soms is het beter om iets niet direct op te lossen maar het even te laten liggen en na te denken. Ik heb ook geleerd om te gaan met collega’s die een andere visie hebben dan ik. ”Ambities voor de toekomst heeft ze ook:”Ik wil dat er veel meer begrip en waardering is voor beroepsonderwijs. Ik wil ervaringen delen en alle goede dingen laten zien. Dat vind ik belangrijk.”
Michèles passie is om leerlingen in het goede spoor te houden of te krijgen. “Als ze daarin slagen en zelfs boven zichzelf uitstijgen, kan me dat ontroeren. Maar als het een keer niet lukt, baal ik verschrikkelijk.”
Het geheim voor succes? “Kinderen in hun waarde laten. Mijn spreuk is: ‘What you give, is what you get.’ Als je schreeuwt tegen een leerling, moet je er niet van staan te kijken dat hij terugschreeuwt. En al helemaal niet boos worden dat hij schreeuwt… Dat heb je toch zelf veroorzaakt? ” , legt ze uit. “Je hebt een voorbeeldfunctie naar leerlingen toe, in alles. Als dat een keer niet lukt, is het niet erg. Dan moet je wel ook “sorry” kunnen zeggen.”
Aan mensen die zich oriënteren op een baan op het Van Vredenburch College geeft ze het volgende advies:”Kom kijken. We hebben leuke leerlingen en een leuk van team van medewerkers en leraren. Geef jezelf de tijd om te leren.”
Ivo, docent geschiedenis en oud-leerling van het Rijswijks Lyceum

Ivo is nog aan het studeren en denkt in 2011 klaar te zijn met zijn opleiding. Hij heeft in 2002 zijn mavo- en in 2004 zijn havo-diploma gehaald op het Rijswijks Lyceum, toen nog Atlas College. Aanvankelijk koos hij voor een opleiding bij de politie. Al snel ging hij voor een baan in het onderwijs.. Daar heeft hij geen spijt van.
Het Rijswijks Lyceum is hem van jongs af aan vertrouwd. Hij kwam er al als baby omdat zijn moeder er werkt als docente kunstvakken. Zijn vader werkt ook in het onderwijs. Beiden ziet hij als rolmodellen. Van zijn moeder heeft hij zijn sociale vaardigheden meegekregen. Van zijn vader leerde hij de recht door zee en no-nonsense benadering. Een combinatie van eigenschappen die uitstekend passen bij de manier waarop Ivo zijn leraarschap wil invullen. Hij is duidelijk en streng. Zeker in het begin. Het moet kloppen qua verhoudingen tussen leerlingen en docent. Er moet wederzijds respect zijn. “Als dat er is, kun je van daaruit meer gezelligheid of ruimte geven aan een klas. Je moet wel altijd in de gaten houden wanneer je de teugels weer moet aanhalen. Op een gegeven moment ga je dat vanzelf aanvoelen. ”En”, zo voegt hij eraan toe: ”wat bij de ene klas kan, kan bij de andere (nog) niet.“
Hij is trots op zijn leerlingen, op wat ze bereiken in zijn vak. Zijn leerlingen vinden het vervelend als hij er een dag niet is. Dat laten ze ook blijken op een plezierige manier: ”U was er niet, mees! Fijn dat u er vandaag weer bent!”
Van jong broekie naar docent: dat was wel even wennen. Hij vond het in het begin maar gek om “gewoon” de docentenkamer binnen te lopen en zijn oud-leraren opeens als collega te zien. Ivo vindt het een fijne school. Hij krijgt als startend docent vanzelfsprekend steun van zijn collega’s en van zijn mentorenteam. Vragen stellen, dat is geen enkel probleem.
De combinatie studeren en voor de klas vindt hij wel pittig. Hij wil graag de verwachtingen die leerlingen en collega’s van hem hebben waarmaken. Hij merkt dat de discipline en de focus voor zijn studie gemakkelijk in het gedrang komen. Maar het komt goed, zegt hij. De school helpt hem goed in het bereiken van zijn doelen. De rest gaat hij vooral zelf doen. Aan beginnende leraren op school geeft hij het volgende advies: “Zorg dat je streng begint met heel weinig ruimte voor de leerlingen. Als dat goed gaat, kun je je later wat meer permitteren. Andersom gaat niet. En profiteer zoveel mogelijk van de kennis en ervaring die in de school zit. Dat scheelt heel veel energie.”
Khalid, hoofdconciërge Van Vredenburch College

Khalid vindt dat hij een prachtige baan heeft. Waarom? Hij vindt het afwisselend. Hij begint ’s ochtends met drukwerk, daarna loopt hij zijn rondje door de school en kijkt wat er zoal gebeuren moet. Elke dag is anders. Hij vindt het contact met de kinderen fijn.
En verder? “De leerlingen worden goed begeleid. Als er eentje zonder bericht afwezig is, wordt er direct contact opgenomen met thuis. De mensen in de school verstaan hun vak en ze weten hoe ze met de kinderen moeten omgaan. De verstandhouding in school is prima. De conciërges vormen een hecht team.”
Hij vond het erg leuk om mee te gaan als begeleider met een buitenschoolse excursie, samen met de schoolleiding en docenten: “Zo leer je elkaar op een heel andere manier kennen!” Hij vindt het lastig als mensen hem iets vragen en daarbij de gebiedende wijs gebruiken. “Gelukkig gebeurt dat niet vaak”, zegt hij. Over de schoolleiding. “Zo’n leiding heb ik nog nooit meegemaakt. Problemen worden altijd opgelost. Ze hebben ontzettend veel voor leerlingen en collega’s over.”
Khalid komt oorspronkelijk uit Tanger. Dat maakt dat hij heel gemakkelijk contact maakt met leerlingen met een Marokkaanse achtergrond. Op zijn 18e vertrok hij uit Tanger om te gaan reizen, met het circus mee als circusacrobaat. Een prachtige tijd waarin hij veel landen heeft bezocht. Uiteindelijk vestigde hij zich in Friesland en kreeg een gezin. Hij heeft verschillende banen gehad. Uiteindelijk koos hij voor werken met jongeren in een school en wonen in de randstad.
Wie zijn grote voorbeeld is? “Mijn vader! Hij had een tankstation in Tanger. Ik ging ’s zomers bij hem werken om geld te verdienen. Met dat geld kon ik naar school. Ik weet dus hoe waardevol school is. De jongeren van vandaag beseffen dat niet. Ze krijgen gewoon alles…”
Ceyhun, docent maatschappijleer en algemene ontwikkeling op het Rijswijks Lyceum en Lyceum Ypenburg en oud-leerling

Ceyhun Eroglu haalde in 2002 zijn vwo-diploma op het Rijswijks Lyceum. Hij wilde geneeskunde studeren maar werd jammer genoeg uitgeloot. Toen koos hij gezondheidswetenschappen. Aanvankelijk als “parkeerstudie”. Hij haalde zijn masters op zijn 22e en besloot toen nog een studie te gaan doen: sociologie. In 2008 ontstond er een vacature maatschappijleer op zijn oude school waar zijn zusje hem op attendeerde. Hij werd meteen aangenomen. Hij vond het geweldig om weer terug te komen op zijn oude vertrouwde school. Hij voelde zich destijds als leerling onwijs gestimuleerd door docenten als Rouwendal, Veerkamp en Jongkind. Diezelfde mensen zijn nu zijn collega’s en stimuleren hem opnieuw om weer verder te groeien.
“Superleuk!”dat vindt Ceyhun van zijn baan als docent. Hij doet twee scholen: Lyceum Ypenburg en het Rijswijks Lyceum, een combinatie die hij als verrijking beschouwt. Op het Rijswijks Lyceum werkt hij met leerlingen met allerlei bijzondere achtergronden. Hij maakt er dankbaar gebruik van in zijn lessen. Hij vindt het een uitdaging om leerlingen naar een zo hoog mogelijk niveau te brengen.
Ceyhun heeft nu een fulltime baan. Hij heeft zijn studie sociologie net afgerond en mag binnenkort zijn bul gaan ophalen bij de Erasmus Universiteit. Dan is hij ook eerstegraads bevoegd. Wie zijn rolmodel is? “Mijn ouders! Van mijn vader heb ik het snakken naar meer kennis. Wij lezen allebei veel en kijken naar allerlei documentaires op tv. Van mijn moeder heb ik de praktische kant, mijn organisatietalent, geërfd.”
Adviezen voor aanstaande docenten? “Je moet er echt voor gaan en je best doen om leerlingen zo ver mogelijk te krijgen. Als je hier komt werken als docent of als stagiaire kun je ontzettend veel leren. De school zit goed in elkaar en er is veel begeleiding mogelijk. ” En last but not least:”Je moet vanaf het begin leerlingen stil en rustig zien te krijgen. Anders lukt het niet. ”
Ceyhun heeft meegedaan aan Keiwijzer. Dit is een digitaal systeem waarmee je feedback kunt opvragen van collega's, leerlingen en leiding. Hij vindt dat je daardoor een goed beeld krijgt van wat je kunt en waarin je je nog verder moet ontwikkelen. Hij is gevraagd om een halve dag per week de teamleider van havo/vwo bovenbouw te vervangen. Dat gaat hem goed af. Misschien wil hij later die kant op. Dat ziet hij nog wel. Eerst maar eens verder groeien als docent.
Fred, docent biologie op het Rijswijks Lyceum

Van meet af aan was het duidelijk dat Fred het onderwijs in zou stappen. Veel van zijn familieleden zitten in het onderwijs en hij vond en vindt het leuk om iets te vertellen of uit te leggen. Fred hoort tot de nestoren van het Rijswijks Lyceum. Hij heeft zijn 40-jarig jubileum achter de rug. Hij heeft er het altijd naar zijn zin gehad in de verschillende functies die hij heeft gehad. Hij was voorheen ook decaan en conrector. Uiteindelijk is hij weer full-time docent geworden waardoor hij weer tijd heeft voor andere dingen, zoals reizen. Een andere grote passie van Fred.
Over de sfeer op school is Fred zeer te spreken. “Ik vind dat het er gedisciplineerd aan toe gaat. Daar houd ik wel van. De leerlingen zijn aardig. Collega’s hebben onderling een goede verstandhouding. Er heerst een open cultuur: als er iets is, kun je altijd je ei kwijt.”
Of er iets veranderd is in al die jaren? “Vakinhoudelijk is biologie iets technischer geworden. Ik vind dat wel leuk. DNA en erfelijkheid hebben bijvoorbeeld meer accent gekregen in het programma. En dan is er natuurlijk ook internet. Ik werk er graag mee, in combinatie met een beamer kun je heel veel laten zien.”
Wat zijn klassieke start van de les is? “Ik leg meestal de bal bij de leerlingen. Ik vraag dan bijvoorbeeld: < vertel jij maar eens waar het over gaat?>, of < lees jij ’s even de laatste alinea van je aantekeningen voor>.
Tips voor startende docenten? “Wees consequent en start streng. Je kunt altijd later soepeler worden. Andersom is meestal lastig.” Fred begeleidt vaak stagiairs voor zijn vak. De meesten doen het best goed, vindt hij. Startende docenten moeten hun vak beheersen en hun lessen goed voorbereiden. “Je moet eigenlijk niet in het boek hoeven kijken als docent.”Je kunt niet alles weten als docent. Dat is onmogelijk. Leerlingen vragen soms de gekste dingen.” Zijn reactie is dan:”Ik kom er de volgende les op terug” of “Die vraag kun je zelf beantwoorden. Zoek het maar op en vertel het me de volgende les”.
Fred vindt dat hij een prachtig vak heeft. Waarom? “Als bioloog ben je het verlengstuk van een huisarts. Leerlingen leggen allerlei symptomen aan je voor, nemen je gemakkelijk in vertrouwen en waarderen je kennis. Daar moet je wel verstandig mee om gaan.” En:”Onderwijs betekent investeren in kinderen. Je krijgt er ook heel veel voor terug. Soms vele jaren later.” Laatst trof hij een oud-leerling die medicijnen is gaan studeren. Een jongen aan wie hij niet direct positieve herinneringen had maar die wel zijn mavo-, havo - en vwo-diploma gehaald had. Hij was nu 3e jaars. Hij bedankte Fred enthousiast: “Meester, ik heb twee jaar lang niets hoeven opschrijven omdat ik zo goed les van u heb gehad. Ik wist alles nog!”
Marjo, docente biologie en decaan op Lyceum Ypenburg
“Ik krijg gewoon betaald voor mijn hobby”, zegt Marjo als we haar vragen wat het leukste aan haar baan is. Marjo is bezeten van de natuur. Als kind al! Om vijf uur in de ochtend klom ze als tweede klasser van het voortgezet onderwijs vaak uit het raam om samen met een boswachter hertjes te kijken. Ze zorgde er wel voor dat ze om zeven uur weer in haar kamer was als haar ouders haar kwamen wekken. “En nu kan ik de hele dag praten over biologie”, zegt ze blij.
Voor mensen die in het onderwijs willen gaan werken heeft Marjo een goede tip: loop eens een dagje mee! Grappig is dat enkele van haar oud-leerlingen ondertussen haar collega’s zijn geworden, zoals Ceyhun Eroglu, Babette Janmaat en Sudesh Jaggoe.
Inmiddels werkt Marjo alweer 20 jaar bij de Atlasonderwijsgroep. Ze is ooit begonnen als basisschooljuf. “Pubers zijn veel leuker”, vindt Marjo, “ze kunnen zo leuk onverwacht uit de hoek komen”. Ik loop hier de hele dag met een glimlach op mijn gezicht en het zijn de leerlingen die dit veroorzaken. Ze zijn lekker ad rem en lesgeven is nooit saai!
Verreweg het leukste moment van de afgelopen 20 jaar was de ontsnapping van 200 rupsen van het soort “Koolwitje”. Een leerlinge had deze van de Wageningen Universiteit gekregen. Ze waren het onderwerp van haar profielwerkstuk. De ontsnapping werd ontdekt door een collega die rustig aan zijn bureau in de practicumruimte zat te werken. Op een bepaald moment voelde hij gekriebel aan zijn been: een klein groen rupsje was bezig naar boven te kruipen. Er werd groot alarm geslagen. We hebben ze overal gevonden: op de ramen, op de gang van de derde verdieping, op de gang van de tweede, in drie verschillende lokalen. “Onvoorstelbaar dat zo’n klein beestje zo’n enorme expansiedrift heeft”, zegt Marjo. “Sommige collega’s durfden niet meer bij ons op de gang te komen. We hebben dagenlang lol gehad over ‘the great escape’”. Het profielwerkstuk werd ook nog eens een succes. De leerling in kwestie studeert nu biologie in Leiden. Marjo kwam haar kort geleden nog tegen in het Boerhave museum. Er was daar een culinaire insectenavond. “Mmmmmm”, glimlacht onze decaan.
Rob, docent Duits op het Rijswijks Lyceum

Rob komt uit een heel andere branche: de krantenwereld. Daar werkte hij 32 jaar in diverse functies. Ondertussen haalde hij wel – op kosten van de baas – zijn MO-A en MO-B Duits. Daarmee was hij 1e graads bevoegd om het vak te geven. Waarom hij dat deed? “Ik heb altijd het idee gehad om voor de klas te gaan staan.” Het kwam er pas van toen de advertentiemarkt bij de kranten instortte door toedoen van internet. Sinds twee jaar staat hij nu eindelijk voor de klas. En? “Dit had ik eerder moeten doen. Ik vind het prachtig om jonge mensen klaar te stomen voor het leven.”
Hoe hij op het Rijswijks Lyceum terecht kwam? “Een toevalstreffer!” Hij zat te surfen op een zondagavond en zag de vacature die net geplaatst was. De volgende dag had hij meteen een kennismakingsgesprek en werd aangenomen. En toen ging het echt gebeuren! In de zomervakantie had hij van alles opgediept en verzonnen voor zijn lessen. Het bleek te werken. Hij heeft ook veel gehad aan de “begeleiders op school” die hem hebben gecoacht. Vooral de praktische dingen moet je goed hebben bedacht: wat dóen leerlingen als ik vertel, hoelang gaat dit onderdeel duren, welke track van de cd heb ik nodig… je moet het blindelings weten en kunnen pakken. Eigenlijk ben je een soort regisseur. “Het eerste jaar was best knokken: de lijnen uitzetten en vasthouden, consequent zijn. Mijn makke was dat je soms wel eens te aardig bent.”
Nu is hij een jaar verder en vindt hij het docentschap veel leuker dan hij had gedacht. “Vooral de interactie met de leerlingen buiten het vaste stramien vind ik super.” Rob spreekt Duits tijdens zijn lessen, ongeveer 50% van de tijd. Leerlingen vinden dat wel mooi en vragen: “Meneer, bent u Duits?” Vooral als hij ook Engelse termen met een Duits accent uitspreekt. Zijn advies aan nieuwe docenten: “Kijk naar het zijn en niet naar de schijn”. Rob geeft er de volgende uitleg bij:”Als je goed kijkt, zie je allemaal verschillende kinderen die stuk voor stuk aardig zijn en absoluut willen leren. Ze hebben structuur nodig om daarin te slagen. Dat is iets wat je als docent moet aanbrengen.”